ECLI:NL:HR:2018:1830

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
3 oktober 2018
Zaaknummer
17/02751
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3a Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep wegens verontschuldigbare dwaling bij hennepteelt

De verdachte werd in een eerdere zaak ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hij volgens de rechter viel onder de uitzonderingsgevallen van artikel 3a van de Opiumwet. In de huidige zaak werd hij vervolgd voor het opzettelijk telen van hennep. Hij voerde verontschuldigbare dwaling aan, stellende dat hij mocht vertrouwen op de eerdere beslissing en daarom geen wederrechtelijkheid aanwezig was.

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de verdachte niet onder alle omstandigheden mocht vertrouwen op de eerdere ontslag van rechtsvervolging en dat het telen van hennep in de huidige zaak wel wederrechtelijk was. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat elke zaak op basis van haar concrete omstandigheden moet worden beoordeeld, ook bij een beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 9 oktober 2018 uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat het telen van hennep wederrechtelijk was, blijft gehandhaafd.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/02751
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 januari 2017, nummer 21/001921-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J. Tieman, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.