ECLI:NL:HR:2018:1832

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
3 oktober 2018
Zaaknummer
17/04014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 53 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding proportionaliteitsgrenzen bij burgerarrest

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin zijn handelen tijdens een burgerarrest werd beoordeeld. Het hof stelde vast dat verdachte handelde ter effectuering van een burgerarrest, maar dat de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit waren overschreden. De verhouding tussen de aanleiding voor de aanhouding en de handelingen van verdachte was volgens het hof onevenredig.

Verdachte voerde onder meer een beroep op (putatief) noodweerexces aan, maar dit werd door het hof verworpen. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en stelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, RO was geen nadere motivering nodig omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de proportionaliteitsgrenzen bij het burgerarrest waren overschreden. Dit arrest benadrukt de grenzen aan het gebruik van geweld bij burgerarrest en bevestigt de toepassing van strafrechtelijke normen op dergelijke situaties.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen wegens overschrijding van de proportionaliteitsgrenzen bij burgerarrest.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/04014
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2016, nummer 22/004193-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Eckhardt, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.