ECLI:NL:HR:2018:1852

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
18/01076
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een naheffingsaanslag parkeerbelastingen en een beschikking over kosten wielklem. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.

Het griffierecht is echter niet voldaan binnen deze termijn. Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekening van deze brief te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald. Belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad acht geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

5 oktober 2018
Nr. 18/01076
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 29 januari 2018, nr. SGR 17/3773 V, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Den Haag en de daarbij gegeven beschikking inzake kosten wielklem.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 29 mei 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende laatstelijk bij aangetekende brief van 28 juni 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL eveneens is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van deze brief mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2018.