ECLI:NL:HR:2018:1876

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
8 oktober 2018
Zaaknummer
17/01814
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 348 SvArt. 416.2 SvArt. 417bis.1.a SrArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens onvoldoende onderbouwing klacht betekening dagvaarding

Verdachte is in hoger beroep verstek veroordeeld voor schuldheling van een motorvoertuig. In cassatie klaagt verdachte dat het hof ten onrechte niet heeft onderzocht of de dagvaarding in eerste aanleg en in hoger beroep rechtsgeldig zijn betekend, zoals vereist in art. 348 Sv Pro.

De Hoge Raad oordeelt dat de klacht onvoldoende duidelijkheid verschaft over waarom het oordeel van het hof onjuist of onbegrijpelijk zou zijn. Hierdoor voldoet de klacht niet aan de eisen die aan een middel van cassatie worden gesteld en blijft deze onbesproken.

Het tweede middel wordt eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat het geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juni 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing van de klacht over de betekening van de dagvaarding.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/01814
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 29 juni 2016, nummer 21/007129-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
In cassatie wordt geklaagd dat het Hof "ten onrechte niet [heeft] onderzocht of is voldaan aan de voorvragen zoals opgenomen in art. 348 Sv Pro, in het bijzonder of de dagvaarding in hoger beroep, alsmede of de dagvaarding in eerste aanleg op de juiste wijze aan verzoeker is betekend".
2.2.
De als middel aangeduide klacht houdt aldus niet met voldoende duidelijkheid in op grond waarvan het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding en de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig zijn betekend onjuist of onbegrijpelijk zou zijn. De klacht voldoet daarom niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven.

3.Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.