ECLI:NL:HR:2018:1886

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
9 oktober 2018
Zaaknummer
17/00275
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtmatigheid doorzoeking auto en tas bij dynamische verkeerscontrole

In deze strafzaak stond de rechtmatigheid van een doorzoeking centraal die plaatsvond tijdens een dynamische verkeerscontrole. Verdachte werd geconfronteerd met een doorzoeking van zijn auto en een tas die zich daarin bevond. De vraag was of er een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestond en of de verbalisanten op grond van de verleende toestemming bevoegd waren om ook de tas te doorzoeken.

Het Gerechtshof Amsterdam had in zijn arrest van 23 december 2016 geoordeeld over de rechtmatigheid van deze doorzoeking. Verdachte stelde zich op het standpunt dat de doorzoeking onrechtmatig was, en stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat het geen nadere motivering behoefde omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. Het beroep werd derhalve verworpen. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd en bleef de rechtmatigheid van de doorzoeking gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/00275
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2016, nummer 23/002261-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.