ECLI:NL:HR:2018:1894

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
10 oktober 2018
Zaaknummer
18/00704
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Wetboek van StrafvorderingArt. 287 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatie wegens ontbreken middelen

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van doodslag. Ondanks het instellen van het beroep heeft de verdachte geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn en op de juiste wijze via een raadsman. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk heeft behandeld en het arrest van het gerechtshof in stand blijft. De procedure werd behandeld door de Tweede Enkelvoudige Kamer van de Hoge Raad, waarbij raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend het arrest heeft gewezen.

Deze beslissing benadrukt het belang van het naleven van procedurele vereisten in cassatiezaken, met name het tijdig en correct indienen van middelen van cassatie via een raadsman. Het arrest is uitgesproken op 9 oktober 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 18/00704
IV
Hoge Raad der Nederlanden
Tweede Enkelvoudige Kamer
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 januari 2018, nummer 20/002340-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.