ECLI:NL:HR:2018:1924

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
18/03423
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg van 9 mei 2018, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en watersysteemheffing voor het jaar 2017.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Het beroepschrift is op 8 augustus 2018 ontvangen, terwijl de termijn van zes weken na verzending van de uitspraak op 20 juni 2018 was verstreken. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om redenen van termijnoverschrijding aan te voeren, maar deze waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 12 oktober 2018 in het openbaar gewezen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

12 oktober 2018
Nr. 18/03423
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Limburgvan 9 mei 2018, nr. ROE 18/288 V, betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Maastricht voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q], alsmede de aan belanghebbende ten aanzien van die onroerende zaak voor het jaar 2017 opgelegde aanslagen in de rioolheffing en in de watersysteemheffing.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier van de Rechtbank op de uitspraak van de Rechtbank gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 9 mei 2018.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 8 augustus 2018 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 20 juni 2018.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 9 augustus 2018 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 13 augustus 2018 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.