ECLI:NL:HR:2018:193

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2018
Publicatiedatum
13 februari 2018
Zaaknummer
16/04891
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in bedreiging met zware mishandeling

Verdachte, geboren in 1967, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 september 2016, waarin hij werd veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling. De advocaat van verdachte diende middelen van cassatie in, die door de Advocaat-Generaal werden verworpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat de klachten over de motivering van de bewezenverklaring en het verzuim te responderen op de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen onvoldoende waren. Er werden geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aangereikt.

Het arrest werd op 13 februari 2018 uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage het arrest wezen. Het beroep van verdachte werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

13 februari 2018
Strafkamer
nr. S 16/04891
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 september 2016, nummer 22/004124-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 februari 2018.