ECLI:NL:HR:2018:1932

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
17/05136
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2011

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 september 2017, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de aanslag vennootschapsbelasting 2011 had behandeld.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de ingediende middelen oordeelde de Hoge Raad dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden. Dit oordeel werd genomen op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren P.M.F. van Loon (voorzitter), L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12 oktober 2018
Nr. 17/05136
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 29 september 2017, nr. 15/00500, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/5488) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.