ECLI:NL:HR:2018:199

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2018
Publicatiedatum
13 februari 2018
Zaaknummer
16/04449
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatie bij poging tot moord

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake poging tot moord. De verdachte heeft geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn door een raadsman, zoals vereist volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het beroep niet ontvankelijk is omdat het wettelijke voorschrift niet is nageleefd. Hierdoor kon de Hoge Raad inhoudelijk niet op het cassatieberoep ingaan.

De Hoge Raad verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep en sprak dit uit tijdens een openbare terechtzitting op 13 februari 2018. Dit arrest bevestigt het belang van het tijdig en correct indienen van middelen van cassatie door een raadsman in strafzaken.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen door een raadsman.

Uitspraak

13 februari 2018
Strafkamer
nr. S 16/04449
SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Tweede Enkelvoudige Kamer
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2016, nummer 20/000899-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 februari 2018.