Belanghebbende, een fiscale eenheid met vennootschap [X2] B.V., voerde bezwaar aan tegen de heffing van omzetbelasting over de omzet uit speelautomaten in de periode mei 2005 tot juni 2008. Zij stelde dat het onderscheid in de Nederlandse wetgeving tussen speelautomaten en tafelspelen, waarbij alleen tafelspelen zijn vrijgesteld van omzetbelasting, in strijd is met het neutraliteitsbeginsel van de EU-btw-richtlijnen.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden concludeerde dat speelautomaten en tafelspelen vanuit het perspectief van de consument verwisselbaar zijn en dat het onderscheid daarom ongeoorloofd is. De Hoge Raad oordeelt echter dat het Hof een onjuiste toets heeft toegepast door niet positief vast te stellen dat de categorieën kansspelen voor de gemiddelde consument gelijkwaardig zijn.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Breda, waarin werd geoordeeld dat het onderscheid niet in strijd is met het neutraliteitsbeginsel. De Hoge Raad acht het onderscheid tussen speelautomaten en tafelspelen wettelijk geoorloofd en wijst het beroep in cassatie van de Staatssecretaris af.