Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
30 oktober 2018.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat hem veroordeelde voor medeplegen van het op voorraad hebben en verkopen van Kamagra, een geneesmiddel zonder vereiste handelsvergunning.
De kern van het geschil betrof de vraag of het opzet van verdachte mede gericht was op de omstandigheid dat Kamagra een geneesmiddel is waarvoor geen handelsvergunning geldt. De Hoge Raad oordeelde dat dit opzet niet zonder meer uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, waardoor het betreffende onderdeel van de bewezenverklaring niet naar de eis der wet is gemotiveerd.
Desondanks leidt dit gebrek aan motivering niet tot cassatie, omdat de aard en ernst van de overige bewezenverklaringen, waaronder medeplegen van het verbergen van een lijk, verkoop en bezit van cocaïne, bezit van hennep en een stroomstootwapen, onverminderd blijven. Het beroep wordt daarom verworpen.
De zaak betreft een doorzoeking op 2 juli 2013 in een woning te Tilburg waar grote hoeveelheden Kamagra werden aangetroffen. Verdachte en een medeverdachte beschikten niet over een handelsvergunning. De Hoge Raad bevestigt dat het handelen in Kamagra zonder vergunning een misdrijf is volgens art. 40, tweede lid, Geneesmiddelenwet.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering van het opzet, maar stelt dat het ontbreken daarvan in dit geval niet leidt tot vernietiging van het arrest, gezien de overige bewezen feiten en omstandigheden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd ondanks onvoldoende motivering van het opzet op het ontbreken van handelsvergunning.