Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:2026

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2018
Publicatiedatum
31 oktober 2018
Zaaknummer
18/00678
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3 RvArt. 9 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter bij adoptie van in Brazilië geadopteerd kind

Verzoekers, een Nederlandse man en zijn Braziliaanse echtgenote, vroegen de Nederlandse rechter om adoptie van hun kind, dat reeds in Brazilië was geadopteerd, te erkennen volgens Nederlands recht. De rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag wezen dit verzoek af. Verzoekers stelden beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van rechtbank en hof en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.

Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om de adoptie van het in Brazilië geadopteerde kind te erkennen. De beschikking is gegeven door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Polak.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is de adoptie van het in Brazilië geadopteerde kind te erkennen.

Uitspraak

2 november 2018
Eerste Kamer
18/00678
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats], Brazilië,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE DEN HAAG,
zetelende te Den Haag,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als verzoekers en de ambtenaar.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/509087 van de rechtbank Den Haag van 10 augustus 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.202.776/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 november 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben verzoekers beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De ambtenaar heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
2 november 2018.