Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 29 mei 2018, nrs. 16/6693 PW en 17/5286 PW, betreffende een besluit ingevolge de Participatiewet.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan over een besluit op grond van de Participatiewet. Belanghebbende heeft hiertegen beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit cassatieberoep beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond hiervan en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is op 9 november 2018 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de raadsheer Wortel als voorzitter en de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools het arrest hebben gewezen. Het betreft een bestuursrechtelijke zaak met belastingrechtelijke aspecten, waarbij de Participatiewet centraal stond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan kans van slagen.