Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 22 september 2017, nr. 17/02673, ECLI:NL:HR:2017:2433.
Hoge Raad
Belanghebbende diende een verzoek tot herziening in bij de Hoge Raad, maar maakte een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht. De griffier stelde belanghebbende meerdere keren in de gelegenheid om een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen in te dienen en het griffierecht te betalen. Ondanks ontvangstbevestiging van de aanmaningen, werd het griffierecht niet voldaan.
De griffier wees het beroep op betalingsonmacht af en stelde belanghebbende in kennis dat bij niet-tijdige betaling het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Ook werd meegedeeld dat bij meerdere verzoeken slechts eenmaal griffierecht verschuldigd was, en dat niet-betaling van beide verzoeken tot niet-ontvankelijkheid zou leiden.
Belanghebbende reageerde niet adequaat op deze aanmaningen. De Hoge Raad oordeelde dat de redenen voor de termijnoverschrijding onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek tot herziening op grond van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de voorzitter en raadsheren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.