Uitspraak
[X] N.V.in
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Sabavan 27 september 2017, nr. SXM2016H00001.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Minister van Financiën van Sint Maarten diende een verweerschrift in, maar dit werd niet aan belanghebbende of haar gemachtigde gezonden. Tevens kreeg belanghebbende niet de mogelijkheid om de zaak mondeling of schriftelijk toe te lichten door een advocaat, zoals voorgeschreven in artikel 29c, leden 1 en 2, AWR.
De Hoge Raad wees op 12 oktober 2018 een arrest zonder belanghebbende in de gelegenheid te stellen te reageren op het verweerschrift. Dit is een ernstige procedurele tekortkoming die de Hoge Raad aanleiding gaf het arrest te vervallen te verklaren.
De procedure wordt nu voortgezet in de stand waarin het geding zich bevond voordat tot inhoudelijke behandeling en beslissing werd overgegaan. Belanghebbende krijgt alsnog de mogelijkheid de zaak toe te lichten, mondeling of schriftelijk, door een advocaat.
Het arrest is op 9 november 2018 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Punt, van Hilten en Faase, met waarnemend griffier Cichowski.
Uitkomst: Het arrest van 12 oktober 2018 wordt vervallen verklaard en de procedure wordt voortgezet in de stand van vóór de inhoudelijke behandeling.