ECLI:NL:HR:2018:212

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2018
Publicatiedatum
15 februari 2018
Zaaknummer
17/04637
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake aanslag inkomstenbelasting 2010

De zaak betreft het cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2010.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is op 16 februari 2018 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

16 februari 2018
Nr. 17/04637
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 15 augustus 2017, nr. 16/00343, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2018.