ECLI:NL:HR:2018:2125

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2018
Publicatiedatum
15 november 2018
Zaaknummer
18/01879
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen parkeerbelasting Gouda

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2018, waarin het hoger beroep van de heffingsambtenaar en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting over 2010 en 2011 waren behandeld.

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek en het dagelijks bestuur een conclusie van dupliek indienden. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden, omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een nadere motivering en wees het beroep in cassatie af. Tevens werden geen proceskosten opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 16 november 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen blijven in stand.

Uitspraak

16 november 2018
Nr. 18/01879
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 mei 2018, nrs. BK‑17/00776 en 17/00777, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 17/1464 en 17/1466) betreffende de aan belanghebbende in de jaren 2010 en 2011 opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting van de gemeente Gouda.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (hierna: het dagelijks bestuur) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het dagelijks bestuur heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2018.