Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 november 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen en opzetheling van goederen afkomstig uit een tuincentrum. De verdachte werd veroordeeld op grond van artikel 47 en Pro artikel 416, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht.
Namens de verdachte werd een middel van cassatie voorgesteld, maar de plaatsvervangend Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 20 november 2018.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen opzetheling.