ECLI:NL:HR:2018:2149

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2018
Publicatiedatum
20 november 2018
Zaaknummer
18/02635
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 WOTSArt. 30.3 WOTSArt. 47 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen overname tenuitvoerlegging buitenlandse straf wegens medeplegen drugshandel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland inzake de overname van de tenuitvoerlegging van een in Noorwegen opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren en zes maanden wegens medeplegen van invoer van aanzienlijke hoeveelheden hasjiesj, marihuana, amfetamine, MDMA en diazepam.

De verdediging klaagde dat de rechtbank artikel 31 van Pro de Wet op de internationale rechtsbijstand strafzaken (WOTS) had geschonden door onvoldoende rekening te houden met persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde. Tevens werd aangevoerd dat de rechtbank had verzuimd artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht als toepasselijke wetsbepaling te vermelden in haar beslissing.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de aangevoerde klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. Het beroep werd verworpen en de overname van de tenuitvoerlegging van de straf werd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de overname van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt bevestigd.

Uitspraak

20 november 2018
Strafkamer
nr. S 18/02635 W
JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 6 juni 2018, nummer 16/700005-18, omtrent een verzoek van het koninkrijk Noorwegen tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft M.G. Vos, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 november 2018.