Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Limburgvan 20 september 2017, nr. AWB 17/253, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 16 juni 2017.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2018.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.