Uitspraak
gevestigd te Amersfoort,
gevestigd te Baarn,
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Utrecht,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 november 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of een schadevergoedingsvordering wegens schending van een in een vaststellingsovereenkomst opgenomen procedeerverbod kan worden afgewezen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam met vonnissen in 2015 en 2016, waarna het gerechtshof Den Haag op 11 juli 2017 een arrest wees. D-Age & Diavolezza stelden cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep adviseerde.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde D-Age & Diavolezza tot betaling van de kosten van het cassatiegeding, waaronder een bedrag van €6.573,34 aan verschotten en €2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van D-Age & Diavolezza wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.