Uitspraak
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
gevestigd te Amstelveen,
gevestigd te Hilversum,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 november 2018.
Hoge Raad
In deze zaak diende de Hoge Raad een cassatieberoep te beoordelen tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 mei 2018, dat op zijn beurt voortbouwde op een vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2018. De zaak betrof de vraag of de schuldenaar in de toestand verkeerde dat hij had opgehouden te betalen, een cruciale vraag in het faillissementsrecht.
Verzoeker, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, stelde zich op het standpunt dat het hof onjuist had geoordeeld. Buma en Sena, de verweersters, voerden verweer en verzochten het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd derhalve verworpen en verzoeker werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.