ECLI:NL:HR:2018:2225

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
3 december 2018
Zaaknummer
17/00919
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij telecomfraude

Betrokkene werd door het hof Amsterdam veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voortvloeiend uit zijn leidinggevende rol in een grootschalige criminele organisatie die telecomfraude pleegde. Het hof stelde vast dat betrokkene ook na de bewezenverklaarde periode in de hoofdzaak wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en dat hij een geldbedrag contant heeft ontvangen van een bankrekening van een derde.

Betrokkene stelde zich in cassatie op het standpunt dat het hof ten onrechte tot deze conclusies was gekomen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad heeft het beroep van betrokkene verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd. Hiermee blijft de ontnemingsmaatregel van kracht, waarmee het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontnomen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/00919 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2017, nummer 23/004587-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 december 2018.