Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 december 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond de bedreiging van een baliemedewerkster van de gemeente Rotterdam centraal. De verdachte had de baliemedewerkster bedreigd met de woorden 'dan ga jij eraan'. Het hof had geoordeeld dat deze bedreiging zodanig was dat bij de aangeefster in redelijkheid vrees kon ontstaan dat zij haar leven zou kunnen verliezen.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het oordeel niet juist was, mede omdat het feit van algemene bekendheid dat ruzies op gemeentebureaus vaak ontaarden in fysiek geweld, volgens hen geen objectieve vrees voor levensgevaar rechtvaardigt. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad volgde dit advies en stelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Het hof had het oordeel zorgvuldig gemotiveerd en het beroep van de verdachte werd verworpen. Hiermee bleef het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 25 april 2017 in stand.
Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, en uitgesproken op 4 december 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor bedreiging blijft in stand.