Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
4 december 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld voor mishandeling door het slachtoffer meermalen tegen het hoofd te slaan. Deze bewezenverklaring was gebaseerd op een opgave van bewijsmiddelen, waaronder een bekennende verklaring van de verdachte. Het hof bevestigde dit vonnis in hoger beroep, hoewel de verdachte tijdens de zitting in hoger beroep onschuldig verklaarde en dus feitelijk vrijspraak bepleitte.
Volgens artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan indien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, tenzij hij nadien anders heeft verklaard of vrijspraak heeft bepleit. Omdat de verdachte in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit, had het hof het vonnis niet mogen bevestigen zonder nadere motivering van de bewijsmiddelen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het vonnis alleen onder de in artikel 423, eerste lid, Sv bedoelde aanvulling van gronden had mogen bevestigen, namelijk een weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen. Het arrest van het hof wordt daarom vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Den Haag voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.