ECLI:NL:HR:2018:2284

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
10 december 2018
Zaaknummer
17/01083
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 511e SvArt. 511f Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 januari 2017, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd behandeld.

Namens betrokkene diende advocaat R.J. Baumgardt een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.

Het arrest van de Hoge Raad van 11 december 2018 bevestigt daarmee het oordeel van het Hof Den Haag en verwerpt het beroep van betrokkene. De uitspraak betreft een zaak over de toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering in samenhang met de artikelen 511e en 511f Sv betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

11 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/01083 P
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 27 januari 2017, nummer 22/005375-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 december 2018.