Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 december 2018.
Hoge Raad
De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 januari 2017, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd behandeld.
Namens betrokkene diende advocaat R.J. Baumgardt een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Het arrest van de Hoge Raad van 11 december 2018 bevestigt daarmee het oordeel van het Hof Den Haag en verwerpt het beroep van betrokkene. De uitspraak betreft een zaak over de toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering in samenhang met de artikelen 511e en 511f Sv betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Den Haag blijft in stand.