ECLI:NL:HR:2018:2286

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2018
Publicatiedatum
11 december 2018
Zaaknummer
18/02611
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 287 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie poging doodslag Almere

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging tot doodslag nabij station Almere door met een mes in de schouder van een ander te steken. Tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Echter heeft de verdachte geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn, zoals vereist op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad beoordeelde daarom de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het voorschrift van tijdige indiening niet is nageleefd. Hierdoor kon de Hoge Raad inhoudelijk niet op de zaak ingaan.

Het arrest van de Hoge Raad werd uitgesproken op 27 november 2018 door raadsheer A.J.A. van Dorst, waarna de verdachte formeel niet-ontvankelijk werd verklaard in het cassatieberoep. Dit betekent dat het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen.

Uitspraak

27 november 2018
Strafkamer
nr. S 18/02611
SA
Hoge Raad der Nederlanden
Tweede Enkelvoudige Kamer
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 28 februari 2018, nummer 21/001407-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 november 2018.