ECLI:NL:HR:2018:2311

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2018
Publicatiedatum
13 december 2018
Zaaknummer
18/04430
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 RvArt. 46 lid 4 Wet bescherming persoonsgegevens
Verwijzingen
6 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken advocaatondertekening

In deze zaak heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag. Het verzoekschrift was echter niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist is volgens art. 426a lid 1 Rv. Hoewel de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in art. 46 lid 4 een Pro uitzondering maakt voor het ontbreken van een advocaat bij bepaalde verzoekschriften, geldt deze uitzondering niet voor cassatieprocedures bij de Hoge Raad.

Verzoeker had de mogelijkheid om het verzoekschrift binnen twee weken na ontvangst opnieuw in te dienen met de juiste ondertekening, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was dan ook dat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moest worden.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Polak.

De zaak benadrukt het belang van correcte procedurele handelingen in cassatie, en bevestigt dat uitzonderingen in andere wetten zoals de Wbp niet automatisch van toepassing zijn op cassatieprocedures.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van advocaatondertekening op het cassatieverzoekschrift.

Uitspraak

14 december 2018
Eerste Kamer
18/04430
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
t e g e n
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Rabobank.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/10/526990/HA RK 17-414 van de rechtbank Rotterdam van 22 december 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.233.138/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 juli 2018.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
[verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 9 oktober 2018 ingekomen verzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Weliswaar bepaalt art. 46 lid 4 Wet Pro bescherming persoonsgegevens dat een verzoekschrift als bedoeld in dat artikel niet behoeft te worden ingediend door een advocaat, maar deze bepaling heeft geen betrekking op de procedure in cassatie. (Vgl. HR 18 juni 1999, ECLI:NL: HR:1999:ZC2947.)

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
14 december 2018.