ECLI:NL:HR:2018:2317

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2018
Publicatiedatum
13 december 2018
Zaaknummer
18/03046
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingrente 2013

Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 juli 2018, waarin het hoger beroep tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over belastingrente voor het jaar 2013 werd behandeld.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en bekeek het aangevoerde cassatiemiddel. Het middel werd niet ontvankelijk verklaard omdat het niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en besloot het beroep in cassatie ongegrond te verklaren. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren P.M.F. van Loon (voorzitter), L.F. van Kalmthout en E.F. Faase op 14 december 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

14 december 2018
Nr. 18/03046
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 6 juli 2018, nr. 17/00711, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 17/2704) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2018.