Uitspraak
gevestigd te Utrecht,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Székesfehérvar, Hongarije,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het verdere verloop van het geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
EU lidstaat), dienstverleners, in deze aan de orde zijnde branche zich moeten houden (vergelijk HvJ EU 17 november 2015, C- 115/14 inzake RegioPost GmbH & Co. KG tegen Stadt Landau in der Pfalz, r.o. 75, ECLI:EU:C:2015:760).
“overeenkomsten of uitspraken die moeten worden nageleefd door alle ondernemingen die tot de betrokken beroepsgroep of bedrijfstak behoren en onder het territoriale toepassingsgebied van die overeenkomsten of uitspraken vallen”als bedoeld in artikel 3 lid 8 van Pro de Detacheringsrichtlijn. Voorts geldt dat ten aanzien van de uit de toepasselijke cao voortvloeiende verplichtingen dat richting [[verweerster 2]] en Silo-Tank voldaan is aan de transparantievoorwaarden, nu bedoelde verplichtingen voor [[verweerster 2]] en Silo-Tank in de omstandigheden van het onderhavige geval toegankelijk en duidelijk zijn (…). Dit nu zowel de bestuurder van [[verweerster 2]] en Silo alsook andere medewerkers […] met de betreffende cao’s bekend geacht dienen te worden, nu zij immers tevens actief zijn in Nederland binnen de relevante sector.
“op of vanaf het grondgebied van een lidstaat– zoals door FNV bepleit –, waarbij vervolgens (klaarblijkelijk) niet relevant is in welke lidstaat of lidstaten de betrokken chauffeur in het kader van de charter successievelijk zijn werkzaamheden daadwerkelijk verricht.
“lagere lonen (…) en andere arbeidsvoorwaarden (…) dan die welke gebruikelijk zijn in de plaats waar het werk tijdelijk wordt uitgevoerd”, en er wordt onder 14 (p.11) in het kader van niet tijdelijkheid van dienstverlening gerept van
“werkzaamheden die geheel of voornamelijk op het grondgebied van deze lidstaat zijn gericht”. In onderdeel 19 (p. 13) wordt ook meermalen gerept van
“het gastland”en in onderdeel 24 (p. 15)
“van dwingende bepalingen” die “nageleefd moeten worden door een onderneming die werknemers detacheert om in dat land tijdelijk werk te verrichten”.
“De combinatie en onderlinge samenhang van artikel 1 en Pro 2 maken het onnodig eenlijst met uitzonderingen[vet, hof ’s-Hertogenbosch] op te stellen, zoals handelsreizigers, leden van het reizend personeel van een onderneming dieinternationale transportdienstenvan personen ofgoederen verzorgt(..) over de weg [vet, hof 's-Hertogenbosch] (…)”. Kortom de Detacheringsrichtlijn ziet bewust niet op de charters als in deze zaak aan de orde, doch slechts op nationaal dat wil zeggen op het grondgebied van een andere lidstaat of in elk geval overwegend op het gebied van die andere lidstaat uitgevoerde charters.
De vrijheid van dienstverrichting geeft ondernemingen onder meer het recht om in een andere lidstaat diensten te verrichten en daarheen tijdelijk eigen werknemers te detacheren voorhet aldaar verrichten[vet, hof ’s-Hertogenbosch] van die diensten.”, vervolgens als terug te vinden in artikel 1 lid 1 van Pro bedoelde richtlijn (“
waarde diensten worden verricht”).
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
Om redenen van proceseconomie zal de Hoge Raad hierover reeds nu een prejudiciële vraag stellen.
5.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijke incidentele beroep
7.Vragen van uitleg
8.Beslissing
14 december 2018.