ECLI:NL:HR:2018:2330

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2018
Publicatiedatum
17 december 2018
Zaaknummer
18/00564
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep in zaak woningovervallen en poging doodslag

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende twee woningovervallen in Breda en medeplegen poging gekwalificeerde doodslag door het steken van een motoragent.

De verdachte heeft via zijn advocaat een schriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Na beoordeling concludeert de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 18 december 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest ongewijzigd blijft.

Uitspraak

18 december 2018
Strafkamer
nr. S 18/00564
DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 januari 2018, nummer 20/001314-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.A. Blok, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 december 2018.