Uitspraak
1.Geding in cassatie
4.Beslissing
18 december 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft het beroep in cassatie van een directeur van een school die beschikte over een USB-stick met opnamen van vertrouwelijke gesprekken van een visitatiecommissie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO).
De commissie had op afspraak een bezoek gebracht aan de school en gebruikgemaakt van een lokaal voor vertrouwelijke beraadslagingen. Kort voor het bezoek was het camerasysteem verlengd naar dit lokaal zonder instemming van de commissieleden. De opnamen werden heimelijk gemaakt en later door de verdachte verspreid binnen de school en aan de NVAO.
Het hof had geoordeeld dat sprake was van wederrechtelijk opnemen van een gesprek in de zin van art. 139e Sr, omdat geen instemming was gegeven en de opnameapparatuur heimelijk was geplaatst. De verdediging voerde aan dat de commissieleden wisten of hadden moeten weten van de opnameapparatuur, maar dit werd door het hof verworpen.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en verwerpt het cassatieberoep. De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens art. 80a RO. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 18 december 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en hij wordt niet-ontvankelijk verklaard.