Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:2364

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
20 december 2018
Zaaknummer
17/05117
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor schade aan ondergrondse elektriciteitskabel bij damwandaanleg

In deze zaak stond de vraag centraal of Matak aansprakelijk is voor de schade aan een ondergrondse elektriciteitskabel die ontstond tijdens de aanleg van een damwand. De kabel was eigendom van de dochtervennootschap van Liander, die de schade claimde via een cessie aan haar moedermaatschappij.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder het arrest van 21 november 2014, en bevestigt dat de zorgplicht van grondroerders is geschonden. Tevens is het causaal verband tussen de schending van deze zorgplicht en de geleden schade vastgesteld.

Het cassatieberoep van Matak wordt verworpen, waarbij de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van nieuwe rechtsvragen. De kosten van het cassatiegeding worden aan Matak opgelegd.

De uitspraak benadrukt de rechtsgeldigheid van de cessie van de dochtervennootschap aan de moeder en bevestigt de berekening van de wettelijke rente over de schadevergoeding.

Deze beslissing draagt bij aan de jurisprudentie omtrent de zorgplicht van grondroerders en de aansprakelijkheid voor schade aan ondergrondse infrastructuur.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Matak wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor de schade aan de elektriciteitskabel wordt bevestigd.

Uitspraak

21 december 2018
Eerste Kamer
17/05117
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MATAK B.V., voorheen geheten KWS B.V.,
gevestigd te Vianen,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Matak en Liander.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. het arrest in de zaak 13/04294 van de Hoge Raad van 21 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3350;
b. het arrest in de zaak 200.194.393/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 augustus 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof Den Haag van 1 augustus 2017 heeft Matak beroep in cassatie ingesteld. Liander heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Matak mede door mr. L.V. van Gardingen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het principaal beroep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Matak in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Liander begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
21 december 2018.