Uitspraak
gevestigd te Vianen,
gevestigd te Arnhem,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
21 december 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of Matak aansprakelijk is voor de schade aan een ondergrondse elektriciteitskabel die ontstond tijdens de aanleg van een damwand. De kabel was eigendom van de dochtervennootschap van Liander, die de schade claimde via een cessie aan haar moedermaatschappij.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder het arrest van 21 november 2014, en bevestigt dat de zorgplicht van grondroerders is geschonden. Tevens is het causaal verband tussen de schending van deze zorgplicht en de geleden schade vastgesteld.
Het cassatieberoep van Matak wordt verworpen, waarbij de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van nieuwe rechtsvragen. De kosten van het cassatiegeding worden aan Matak opgelegd.
De uitspraak benadrukt de rechtsgeldigheid van de cessie van de dochtervennootschap aan de moeder en bevestigt de berekening van de wettelijke rente over de schadevergoeding.
Deze beslissing draagt bij aan de jurisprudentie omtrent de zorgplicht van grondroerders en de aansprakelijkheid voor schade aan ondergrondse infrastructuur.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Matak wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor de schade aan de elektriciteitskabel wordt bevestigd.