Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
9 januari 2018.
Hoge Raad
De verdachte maakte en publiceerde een online computerspel getiteld '[naam bedrijf aangevers] massacre IV', waarin de aangevers werden afgebeeld als poppetjes en konijnen die neergeschoten konden worden. Dit gebeurde in een context van een zakelijk geschil tussen verdachte en aangevers.
Het Hof Amsterdam stelde vast dat het spel online stond, met bedreigende teksten en afbeeldingen, en oordeelde dat bij de aangevers in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat daadwerkelijk op hen zou worden geschoten en dat zij het leven zouden kunnen verliezen. De verdediging voerde aan dat het spel een satirisch karakter had en dat het niet aannemelijk was dat het spel de aangevers zou bereiken.
De Hoge Raad herhaalt de eis dat bedreiging van dien aard moet zijn dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kan ontstaan voor levensgevaar. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk heeft geoordeeld dat die vrees bij de aangevers redelijkerwijs kon ontstaan. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam over bedreiging via online computerspel en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.