ECLI:NL:HR:2018:2418

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
21 december 2018
Zaaknummer
18/02089
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie van een vennootschap onder firma tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake een belastingaanslag op personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.

De indiener van het beroep werd door de griffier van de Hoge Raad bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en kreeg een termijn van vier weken om dit te voldoen. Het griffierecht werd niet betaald. Vervolgens werd de indiener opnieuw in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was voldaan, maar hier werd geen gebruik van gemaakt.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 21 december 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

21 december 2018
Nr. 18/02089
Arrest
gewezen op het door
[A]te
[Q]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 13 april 2018, nr. HAA 17/4312 V, op het verzet van [X] B.V. te [Z] tegen een uitspraak van de Rechtbank van 11 december 2017 (nr. HAA 17/04312) betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens de vennootschap onder firma [B] v.o.f. te [R].
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift in cassatie (hierna: de indiener) bij aangetekende brief van 21 juni 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief van 3 september 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2018.