Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 november 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd wegens mensensmokkel door het vervoeren van een persoon zonder verblijfsrechtelijke titel met een auto van Duitsland naar Nederland. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest van het hof blijft daarmee in stand. De Hoge Raad benadrukte de toepassing van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat een middel kan worden verworpen zonder nadere motivering als het niet tot cassatie kan leiden.
De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 20 november 2018, waarbij de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien het arrest wezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor mensensmokkel.