ECLI:NL:HR:2018:383

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2018
Publicatiedatum
20 maart 2018
Zaaknummer
16/02377
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 36e.5 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake matiging betalingsverplichting profijtontneming

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 april 2016, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het beroep richtte zich op de matiging van de betalingsverplichting op grond van draagkracht.

De Hoge Raad overweegt dat het middel geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het middel zonder nadere motivering verworpen.

De uitspraak bevestigt dat de draagkracht van betrokkene niet tot matiging van de betalingsverplichting leidt en bekrachtigt daarmee het arrest van het hof. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de betalingsverplichting tot ontneming wordt niet gematigd.

Uitspraak

20 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/02377 P
IV/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 april 2016, nummer 23/001814-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, en C. Grijsen, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 maart 2018.