Uitspraak
wonende te Den Haag,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Hoge Raad
De curator in het faillissement van Adler Oxford B.V. stelde in drie zaken cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag dat eerder was gewezen in geschillen met drie verweerders. Het geschil betrof de vraag of bepaalde selectieve betalingen voorafgaand aan het faillissement onrechtmatig waren en of sprake was van wetenschap van het naderend faillissement.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar de vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het gerechtshof Den Haag. De curator voerde meerdere klachten aan in cassatie, maar deze konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering omdat zij niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigt het arrest van het gerechtshof en wijst het cassatieberoep af. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de curator in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft de eerdere beoordeling van het hof over de onrechtmatigheid van de selectieve betalingen en de wetenschap van het naderend faillissement ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.