Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
27 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door een klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 24 mei 2016, waarin een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv ongegrond werd verklaard. Het klaagschrift had betrekking op beslagleggingen in het kader van gedoogde coffeeshops.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. Hiermee is het besluit van de rechtbank dat het klaagschrift ongegrond verklaarde definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.