ECLI:NL:HR:2018:448

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2018
Publicatiedatum
27 maart 2018
Zaaknummer
16/02779
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 552a Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen ongegrondverklaring beklag inzake gedoogde coffeeshops

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door een klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 24 mei 2016, waarin een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv ongegrond werd verklaard. Het klaagschrift had betrekking op beslagleggingen in het kader van gedoogde coffeeshops.

De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. Hiermee is het besluit van de rechtbank dat het klaagschrift ongegrond verklaarde definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.

Uitspraak

27 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/02779 B
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 24 mei 2016, nummer RK 14/3514, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 maart 2018.