ECLI:NL:HR:2018:474

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2018
Publicatiedatum
29 maart 2018
Zaaknummer
17/05991
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken nieuwe feiten

De Hoge Raad behandelde het verzoek tot herziening van het arrest van 13 oktober 2017. Het verzoek was ingediend door belanghebbende en betrof een zaak binnen het bestuursrecht en belastingrecht.

De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigde omdat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevatte zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kon het verzoek niet leiden tot herziening van het eerdere arrest.

Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal werd het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest werd op 30 maart 2018 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

30 maart 2018
Nr. 17/05991
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 13 oktober 2017, nr. 17/00839, ECLI:NL:HR:2017:2613.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2018.