Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 13 oktober 2017, nr. 17/00839, ECLI:NL:HR:2017:2613.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het verzoek tot herziening van het arrest van 13 oktober 2017. Het verzoek was ingediend door belanghebbende en betrof een zaak binnen het bestuursrecht en belastingrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigde omdat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevatte zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kon het verzoek niet leiden tot herziening van het eerdere arrest.
Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal werd het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest werd op 30 maart 2018 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.