ECLI:NL:HR:2018:48

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2018
Publicatiedatum
17 januari 2018
Zaaknummer
16/05066
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 4 Verdrag Nederland-SingaporeArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg van 'geleid en bestuurd' in vennootschapsbelastingverdrag Nederland-Singapore

Belanghebbende, een vennootschap, stelde zich in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag dat oordeelde dat zij in de jaren 2005, 2006 en tot 3 april 2007 inwoner van Nederland was in de zin van het belastingverdrag tussen Nederland en Singapore. Het geschil betrof de uitleg van de uitdrukking "geleid en bestuurd" in artikel 3, lid 4, van het verdrag.

De Hoge Raad overwoog dat het hof geen onjuiste uitleg had gegeven van het verdrag en dat het hof geen onjuiste bewijslastverdeling had toegepast. Middelen die stelden dat het hof een bewijsvermoeden ten nadele van belanghebbende had aangenomen, werden verworpen omdat het hof juist geen dergelijk vermoeden had aangenomen.

Het middel dat motiveringsklachten betrof werd eveneens verworpen omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees geen proceskosten toe.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.

Uitspraak

19 januari 2018
nr. 16/05066
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 24 augustus 2016, nrs. BK14/00364, BK‑14/00365 en BK‑14/00366, op het hoger beroep van de Inspecteur alsmede het incidenteel hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 13/5165, SGR 13/5166 en SGR 13/5167) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006 en 2007 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
De middelen richten zich tegen ’s Hofs oordeel dat belanghebbende in de jaren 2005 en 2006 alsmede tot 3 april van het jaar 2007 voor de toepassing van het Belastingverdrag Nederland-Singapore van 19 februari 1971 (hierna: het Verdrag) inwoner was van Nederland.
2.2.
Middel 1 en ten dele middel 3 betogen dat ’s Hofs hiervoor in 2.1 weergegeven oordeel berust op een onjuiste uitleg van artikel 3, lid 4, van het Verdrag. Middel 1 en middel 3 in zoverre falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 16/03321 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.
2.3.
Middel 2, dat betoogt dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste bewijslastverdeling, faalt omdat het berust op een onjuiste lezing van ’s Hofs uitspraak. Anders dan het middel veronderstelt, heeft het Hof bij zijn hiervoor in 2.1 weergegeven oordeel niet enig bewijsvermoeden ten nadele van belanghebbende aangenomen en heeft het evenmin belanghebbende niet geslaagd geacht in enig van haar verlangd bewijs.
2.4.
Middel 3 voor het overige, dat het hiervoor in 2.1 vermelde oordeel bestrijdt met motiveringsklachten, kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.