ECLI:NL:HR:2018:480

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2018
Publicatiedatum
29 maart 2018
Zaaknummer
17/05288
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

De Hoge Raad behandelde het verzoek tot herziening van het arrest van 13 oktober 2017 in een bestuursrechtelijke zaak. Het verzoek werd ingediend door belanghebbende en betrof de toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).

Bij beoordeling van de ontvankelijkheid concludeerde de Hoge Raad dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevatte zoals vereist in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die tot herziening van het eerdere arrest zouden kunnen leiden.

Na overleg met de Procureur-Generaal besloot de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest werd op 30 maart 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

30 maart 2018
Nr. 17/05288
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 13 oktober 2017, nr. 17/02715, ECLI:NL:HR:2017:2603.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2018.