Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 april 2018.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verdediging verzocht om aanhouding van de strafzaak om een meineedprocedure af te wachten en om aanvullende stukken aan het dossier toe te voegen.
De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.
Daarom wees de Hoge Raad het verzoek af en verwierp het cassatieberoep. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en werd uitgesproken in een openbare terechtzitting op 3 april 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot aanhouding van de strafzaak en toevoeging van stukken aan het dossier wordt afgewezen en het cassatieberoep verworpen.