ECLI:NL:HR:2018:52

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2018
Publicatiedatum
18 januari 2018
Zaaknummer
17/03233
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in motorrijtuigenbelastingzaak

Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over motorrijtuigenbelasting en een naheffingsaanslag met boetebeschikking over de periodes augustus tot november 2014.

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft uitspraak gedaan over het hoger beroep, waarna belanghebbende cassatieberoep instelde bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten onvoldoende zijn om behandeling in cassatie te rechtvaardigen, omdat belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De uitspraak is gedaan door raadsheren Overgaauw, van Loon en van Hilten en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiegronden.

Uitspraak

19 januari 2018
Nr. 17/03233
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 9 juni 2017, nrs. 16/03605 en 16/03606, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 15/81 en BRE 15/82) betreffende de aan belanghebbende over de periode 1 augustus 2014 tot en met 14 september 2014 in rekening gebrachte motorrijtuigenbelasting alsmede een over het tijdvak 31 augustus 2014 tot en met 29 november 2014 opgelegde naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.