Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Overijsselvan 29 september 2017, nr. Awb 17/661, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 29 mei 2017.
Hoge Raad
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel. Het cassatieberoep betreft het verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit komt doordat de partij die het beroep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden. Na overleg met de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De uitspraak is op 6 april 2018 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.