ECLI:NL:HR:2018:525

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2018
Publicatiedatum
5 april 2018
Zaaknummer
18/00236
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen met boetebeschikkingen. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was.

De indiener van het cassatieberoep, namens twee partijen, werd door de griffier verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk van volmacht of een verklaring van instemming te overleggen. Deze termijn is verstreken zonder dat aan dit verzoek is voldaan.

Daarom concludeerde de Hoge Raad dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk was ingesteld en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten opgelegd. Het arrest is op 6 april 2018 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijs van volmacht.

Uitspraak

6 april 2018
Nr. 18/00236
Arrest
gewezen op het door
[A]te
[Q]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 6 december 2017, nrs. BK-16/00483 en BK-16/00484, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X1] en [X2] te [Z].
Bij aangetekende brief van 24 januari 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven postbusadres, heeft de griffier van de Hoge Raad de indiener van het beroepschrift verzocht binnen zes weken na de dagtekening van deze brief een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht tot het indienen van het beroepschrift in cassatie over te leggen, dan wel een verklaring van degenen namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld, dat deze daarmee instemmen. De indiener van het beroepschrift is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld, en zal de Hoge Raad om die reden het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2018.