Belanghebbende, een onderneming gevestigd in Canada, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2017. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een bindende tariefinlichting die aan belanghebbende was gegeven.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 6 april 2018 in het openbaar uitgesproken.