Uitspraak
wonende te [woonplaats] , Volksrepubliek China,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,
laatst gewoond hebbende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] , België,
gevestigd te Rotterdam,
gevestigd te Breda,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.De prejudiciële procedure
3.Beantwoording van de prejudiciële vragen
- i) De rechtbank Amsterdam heeft twee zaken gevoegd behandeld, waarin Fairstar, respectievelijk Dockwise als eisers vorderingen hebben ingesteld jegens (een aantal van) de overige partijen in deze procedure. Nadat twee tussenvonnissen (in incidenten) waren gewezen, heeft op 9 februari 2015 een pleitzitting plaatsgevonden ten overstaan van mr. A.W.H. Vink, mr. A.E. de Vos en mr. R.A. Dudok van Heel.
- ii) Op 30 juni 2015 is mr. Vink gedefungeerd als senior rechter in de rechtbank Amsterdam, omdat hij met ingang van 1 juli 2015 is benoemd tot raadsheer in het gerechtshof Amsterdam.
- iii) Op 30 september 2015 heeft de rechtbank een eindvonnis uitgesproken. Aan de voet van dat vonnis is vermeld:
Dit betekent dat het vonnis inhoudelijk voor 1 juli 2015 is gewezen door de drie onder het vonnis vermelde rechters. Ook de schriftelijke weergave van de genomen beslissingen was in concept gereed voor 1 juli 2015. Na die datum hebben slechts op ondergeschikte punten nog wijzigingen plaatsgevonden, die niet tot enige andere beslissing op welk punt dan ook hebben geleid.”
Aan die rechtspraak heeft de Hoge Raad ten grondslag gelegd dat door het hoger beroep tegen een einduitspraak in beginsel de gehele zaak, zoals zij voor de eerste rechter diende, naar de hogere rechter wordt overgebracht ter beslissing door deze en dat de hogere rechter zich niet deels aan deze hem opgedragen taak mag onttrekken door een gedeelte van de beslissing van het aan zijn oordeel onderworpene over te laten aan de rechter die zijn oordeel over de zaak reeds heeft gegeven. De appelrechter mag de zaak wel terugwijzen indien de rechter in eerste aanleg op louter processuele gronden niet aan een inhoudelijke behandeling van de zaak is toegekomen, hetgeen aan de orde is wanneer de rechter in eerste aanleg zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard van het geschil kennis te nemen of ten onrechte ontslag van de instantie heeft verleend. (Zie bijv. HR 11 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0857, NJ 2010/581 en HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:97, NJ 2015/68.)
13 april 2018.