ECLI:NL:HR:2018:618

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2018
Publicatiedatum
17 april 2018
Zaaknummer
17/03207
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 417bis Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak schuldheling bromscooter

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende schuldheling van een bromscooter, artikel 417bis Sr. De verdachte had via zijn advocaten een schriftuur ingediend om het cassatieberoep te voeren.

De Advocaat-Generaal adviseerde op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu, samen met raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien. De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of onvoldoende gronden.

Uitspraak

17 april 2018
Strafkamer
nr. S 17/03207 J
CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 juni 2017, nummer 20/002226-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 april 2018.